Werkconferentie Energieakkoord over regionale samenwerking

03 februari 2015

‘Het gebeurt niet vaak dat hier zoveel vertegenwoordigers van decentrale overheden tegelijk aanwezig zijn’, zegt SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij de start van de werkconferentie De praktijk van het Energieakkoord in de regio bij de SER op vrijdagmiddag 30 januari. ‘Vandaag is er de gelegenheid om te leren van elkaars ervaringen.’

Dat deden de ruim 180 bestuurders en uitvoerders van provincies, gemeenten en waterschappen dan ook volop: zij wisselden ervaringen uit over samenwerking op verschillende schaalniveaus. Dat is belangrijk, omdat rijk, provincies, regio’s en gemeenten goed moeten samenwerken om de doelen van het op 6 september 2013 door 47 organisaties gesloten Energieakkoord te bereiken. Daarom zijn er drie werkconferenties gepland voor mensen die bezig zijn met de uitvoering van het Energieakkoord, waarvan vandaag de eerste is. In de tweede bijeenkomstkomst zal de wet- en regelgeving waarmee zij te maken krijgen centraal staan, in de derde de financiering van de energietransitie.

Hoewel de media een nogal somber beeld schetsen, gaat het goed met de uitvoering van de afspraken in het Energieakkoord, benadrukt Hamer. Dat blijkt ook uit de interviews op het podium met vier heren door Ed Nijpels, kroonlid en voorzitter van de Borgingscommissie Energieakkoord (BEA). Zij zijn overwegend optimistisch en zien geen dwarsliggers of achterblijvers in hun achterban. ‘Wij zien alleen voorlopers’, zegt Olaf Prinsen, voorzitter van de VNG-commissie Milieu Energie en Mobiliteit en wethouder in de gemeente Apeldoorn. ‘Alle 393 gemeenten hebben getekend en zitten op één lijn.’

Vervolgens verdelen de aanwezigen zich over zes workshops. Die gaan over energiebesparing bij bedrijven, effectieve warmtebenutting, draagvlak voor windenergie op land, grootschalige energiebesparing in de gebouwde omgeving en verduurzaming van mobiliteit. In de workshop Samenwerken over traditionele grenzen gaat het over projecten van waterschappen rondom duurzame energie, zoals Energiefabriek Apeldoorn, waarbij de rioolwaterzuivering warmte levert aan een woonwijk.

Verder gaat het over getijdenenergie in de Zuidwestelijke Delta en over het project Smart Delta Resources: een samenwerking van elf grote industrieën in de Deltaregio Zeeland. Omdat de bedrijven actief zijn in uiteenlopende sectoren, leidt deze ‘industriële symbiose’ tot een efficiënter grondstoffen- en energieverbruik.

Aan het eind van de middag zetten betrokkenen hun handtekening onder projectplannen voor energiebesparing bij bedrijven in het Noordzeekanaalgebied en in Gelderland. Ten slotte geven vertegenwoordigers van de workshops de zaal drie (of meer) lessen mee. Zoals: sluit beter aan op de wensen van de klant, ontwikkel een algemeen verdienmodel, benut lokale kansen, verplaats je in de andere partij en heb lef.