Partijen Energieakkoord scherpen afspraken aan

18 mei 2016

Partijen in het Energieakkoord hebben de afspraken uit het intensiveringspakket van het Energieakkoord aangescherpt. “Mocht dit najaar blijken dat afspraken over energiebesparing in het MEE-convenant en de 1-op-1-afspraken die bedrijven met de overheid maken, onvoldoende petajoules opleveren dan worden verplichtende maatregelen van kracht. Verder zijn afspraken gemaakt over een energiebesparingsverplichting in de gebouwde omgeving en de invoering van een verplicht label C in de kantorenmarkt. Als slot op de deur is afgesproken om in de periode 2017-2020 de ISDE-regeling te intensiveren als uit de Nationale Energieverkenning 2016 blijkt dat 14 procent hernieuwbare energie niet volledig wordt gehaald,” aldus Ed Nijpels, voorzitter van de Borgingscommissie Energieakkoord voor duurzame groei.

Eind 2015 hebben partijen in het Energieakkoord het intensiveringspakket samengesteld toen uit de NEV 2015 bleek dat twee van de vijf doelstellingen uit het Energieakkoord voor 2020 nog niet binnen bereik lagen. Drie doelstellingen liggen wel binnen bereik: het aandeel hernieuwbare energie in 2023 op 16 procent, een besparing van het energieverbruik met gemiddeld 1,5 procent per jaar en een werkgelegenheidsgroei van ten minste 15.000 extra banen.

De planbureaus hebben de niet eerder gekwantificeerde maatregelen van het intensiveringspakket onlangs doorgerekend. Op basis van deze doorrekening hebben bewindslieden en een delegatie van de overige ondertekenaars van het Energieakkoord besloten tot het aanscherpen van het pakket om zo alle vijf doelen van het Energieakkoord binnen bereik te hebben.

Hernieuwbare energie

In het intensiveringspakket zijn diverse maatregelen in gang gezet om het doel van 14 procent (289PJ) hernieuwbare energie in 2020 binnen bereik te brengen. Daarbij gaat het om versterking van de regie, extra inzet van partijen en om optimalisering van het instrumentarium. In het overleg tussen ondertekenaars van het Energieakkoord en bewindslieden over de doorrekening is afgesproken dat indien uit de NEV 2016 mocht blijken dat de 14 procent-doelstelling nog niet volledig wordt gehaald, er voor de periode 2017-2020 een intensivering van de ISDE-regeling plaatsvindt om de doelstelling binnen bereik te krijgen.

Energiebesparing

In het intensiveringspakket zijn ook maatregelen opgenomen om het doel van 100 PJ finale energiebesparing in 2020 binnen bereik te brengen. Dit onderdeel van het intensiveringspakket bevat onder meer de volgende maatregelen:

  • Allereerst betreft dit de aanscherping van het MEE-convenant voor grote internationale bedrijven en intensivering van de 1-op-1 afspraken die bedrijven met de overheid maken. Als per 1 oktober 2016 (of eerder) blijkt dat de beoogde 9 PJ nog niet binnen bereik is, worden verplichtende maatregelen van kracht.
  • Er wordt een energiebesparingsverplichting ingevoerd. Partijen werken daarvoor twee varianten nader uit: een verplichting voor energieleveranciers en een tenderregeling. Deze maatregel dient tot 20 PJ finale energie te besparen in de periode tot 2020. De maatregel en de invoeringsdatum worden in de Voortgangsrapportage 2016 vastgelegd. 
  • Er wordt een verplichting tot realiseren van label C ingevoerd in de kantorenmarkt. Op zo kort mogelijke termijn wordt een effectieve vormgeving van deze maatregel uitgewerkt. De uitwerking en de invoeringsdatum worden in de Voortgangsrapportage 2016 vastgelegd.

Met deze afspraken versterken partijen in het Energieakkoord het eerder overeengekomen intensiveringspakket. Ed Nijpels, voorzitter van de Borgingscommissie Energieakkoord voor duurzame groei, is blij met de inzet van de partijen. “De ondertekenaars van het Energieakkoord laten zien bereid te zijn om de maatregelen als het nodig is aan te scherpen. We kunnen nu anno 2016 vaststellen dat we de doelen 2020 en 2023 uit het Energieakkoord halen.”

Financiering energietransitie

De partijen hebben ook afspraken gemaakt over de financiering van de energietransitie. Veel energiebesparingsprojecten komen niet van de grond door problemen met de financierbaarheid. Het gaat met name om maatregelen die op zich rendabel zijn, maar die een terugverdientijd hebben van meer dan vijf jaar. In de markt lijkt voldoende kapitaal aanwezig te zijn, maar de condities waaronder dit kapitaal kan worden ingezet vormen in de praktijk een grote belemmering. Onder regie van VNO-NCW doet een werkgroep onderzoek. Ook zal deze werkgroep met voorstellen komen. Op basis hiervan wordt in de Voortgangsrapportage 2016 een besluit genomen over de uitwerking en implementatie.