Aflevering 4: Stelling: Windmolens draaien vooral op subsidie?

28 september 2015

Voor de werkwijze rondom de totstandkoming van de factchecker klik hier. Na publicatie wordt deze factchecker niet geactualiseerd; deze factchecker is daardoor tijdgebonden.


Het is een gevleugelde uitspraak: windmolens draaien vooral op subsidie. Maar is het ook waar? Hoe worden de windmolens nu daadwerkelijk gefinancierd? Wie betaalt welke rekening? In deze factchecker zetten we de feiten over windenergie en subsidie op een rij.

Wat zijn de kosten van windenergie?

De kosten van windenergie schuilen voor een groot deel in de windturbines. Maar ook het installeren van de windturbines en de aansluiting daarvan op het elektriciteitsnet kosten geld. Daarbovenop komen lopende kosten, zoals het onderhoud en het beheer van het windpark. Ter illustratie, de bouw en installatie van een windpark van 50 megawatt (15 tot 30 windmolens) kost ongeveer 65 miljoen euro.

Als je alle kosten van een windpark bij elkaar optelt en deelt door de hoeveelheid stroom die het gedurende zijn leven opwekt, dan weten we ongeveer hoeveel windenergie kost. Gemiddeld genomen kost energie die een windpark op land produceert 7,4 tot 9,8 eurocent per kilowattuur (1). Voor wind op zee liggen die kosten hoger, omdat aanleg en onderhoud op zee moeilijker is, meer tijd kost en dus duurder is. Elke kilowattuur die van een windturbine op zee komt, kost tussen 13,3 en 15,7 eurocent per kilowattuur (2).

Wat zijn de opbrengsten van windenergie?

Als we subsidies even achterwege laten, zijn de inkomsten voor het windpark afkomstig uit de verkoop van elektriciteit en eventuele verkoop van zogeheten garanties van oorsprong. Deze gelden als bewijsmiddel dat elektriciteit afkomstig is van windkracht, waterkracht, zonnekracht of biomassa-installaties ("groene stroom"). Alles bij elkaar ontving een windproducent in Nederland in 2014 gemiddeld 3,76 eurocent per kilowattuur (4). Ter vergelijking, een eigenaar van een kolencentrale ontving 4,12 eurocent, omdat de productie van kolenstroom beter te regelen is dan de productie van windenergie. Bij windenergie blijf je altijd afhankelijk van de hoeveelheid wind voor de productie en daar heb je geen controle over.

Waarom is subsidie nodig?

De inkomsten op de elektriciteitsmarkt van circa 4 eurocent per kilowattuur zijn lager dan de kosten van windprojecten van ongeveer 7 tot 10 eurocent per kilowattuur (of 13 tot 16 eurocent per kilowattuur voor wind op zee). Zonder andere inkomsten kunnen de investeringskosten dus niet worden terugverdiend. Daarom is een andere inkomstenbron zoals subsidie nodig.

Windenergie op land is overigens een van de goedkoopste manieren om met zo min mogelijk subsidie duurzame energie op te wekken en daarmee de duurzame energiedoelen te halen (5). Wind op zee is relatief veel duurder voor de productie van duurzame energie. Wind op zee is wel nodig om het doel van 16 procent duurzame energie in 2023 te halen (6).

Zijn er andere maatschappelijke voordelen?

Met de opwek van fossiele energie gaan milieu-, sociale en gezondheidszorgkosten gepaard. Denk aan hart- en longklachten door de uitstoot van fijnstof door kolencentrales. Hernieuwbare energie zoals windenergie heeft deze nadelen niet of veel minder.

De Europese richtlijn voor het bevorderen van energie uit hernieuwbare bronnen (7) stelt dat het wenselijk is dat de energieprijzen ook deze andere maatschappelijke kosten weerspiegelen. De externe kosten van kolencentrales zijn berekend op 2 tot 7 eurocent per kilowattuur en van gascentrales op 1 tot 4 eurocent per kilowattuur (9). Op dit moment hangt alleen aan de uitstoot van het broeikasgas CO2 een prijs, maar die prijs is lager dan de maatschappelijke kosten van de CO2-uitstoot. Als deze externe kosten wel worden meegerekend, dan zou er afhankelijk van de situatie minder of geen subsidie meer nodig zijn voor windenergie.

Andere voordelen van hernieuwbare bronnen zijn energievoorzieningszekerheid, het bevorderen van technologische ontwikkeling en innovatie, het scheppen van werkgelegenheid en kansen voor regionale ontwikkeling. (7)

Stoppen windturbines als de subsidie stopt?

De bovenstaande overwegingen gaan over nieuw te bouwen windprojecten. Maar er draaien al duizenden windturbines in Nederland. Stoppen deze als de subsidie stopt?

Simpel gezegd: dat hangt ervan af of de kosten hoger zullen zijn dan de inkomsten De jaarlijkse kosten van een windpark op land bedragen ongeveer 2 eurocent per kilowattuur (exclusief de kosten van kapitaal). De jaarlijkse kosten voor wind op zee liggen tussen 3 en 4 eurocent per kilowattuur. De kosten zitten vooral in onderhoud en beheer.

Als de subsidie wegvalt, blijven er inkomsten over die hoofdzakelijk worden bepaald door de elektriciteitsprijs. Als de kostprijs zich structureel onder de 2 eurocent per kilowattuur begeeft, dan ligt stilzetten voor de hand. Dat is echter onwaarschijnlijk (8). Ligt de elektriciteitsprijs tussen de 2 en de 10 eurocent per kilowattuur, dan is de bedrijfseconomische keuze om de turbines stil te zetten, te verkopen dan wel door te laten produceren sterk afhankelijk van de leeftijd van de turbines.

Conclusie: Draaien windmolens vooral op subsidie?

De inkomsten van een windproject dat voldoende rendement genereert voor investeerders, bestaat voor 40-50 procent uit de verkoop van elektriciteit en voor de rest uit subsidie-inkomsten. Of windturbines draaien op subsidie is de vraag stellen: zouden er windmolens zijn zonder subsidies?

Het antwoord daarop is tweeledig. Ten eerste, nieuwe windprojecten zullen zonder subsidie financieel onaantrekkelijk zijn voor investeerders. Ten tweede, sommige bestaande windprojecten zullen stoppen als de subsidie wordt gestopt, maar dit zal niet voor alle projecten gelden. De stelling is dus deels waar.

Met dank aan ECN.


  1. ECN (2014): Eindadvies basisbedragen SDE+ 2015, ECN-E--14-035, Amsterdam, november 2014.
  2. ECN (2015): Kosten wind op zee 2015, ECN-N--15-014, Petten, 24 april 2015. 
  3. CBS (2014): Haalbaarheidsstudie prijswaarneming GVO’s, ISSN 1877-0328, Den Haag/Heerlen, 2014. 
  4. ECN (2015): Definitieve correctiebedragen SDE+ 2014, ECN-N--15-008, Amsterdam, april 2015. 
  5. ECN (2012): Verplichtingsdoelstelling voor duurzame energie, ECN-N--12-011, Petten, april 2012.
  6. Ecofys/ECN (2013): Invulling van 16% hernieuwbare energie in 2020, Ecofys/ECN, ECN-O--13-026, Utrecht/Amsterdam, juni 2013.
  7. EC (2009): Richtlijn ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, 2009/28/EC, Brussel, 23 april 2009.
  8. ECN (2014): Nationale Energieverkenning 2014, ECN-O--14-036, Amsterdam, oktober 2014. 
  9. European Environmental Agency (2012): http://www.eea.europa.eu/data-and-maps/figures/estimated-average-eu-external-costs