Domein 3: Grootschalig hernieuwbaar

Domein 3: Grootschalig hernieuwbaarDe Sif groep uit Roermond maakt funderingspalen voor windparken op zee. De palen van 70 meter wegen 525 ton. Ze worden in de zeebodem geheid. Daarna worden de windturbines er rechtstreeks op gemonteerd. Foto: Branko de Lang

Waar gaat het om?

Het Energieakkoord streeft naar een kosteneffectieve uitrol van grootschalige hernieuwbare energieopwekking. Deze strategie biedt zekerheid voor investeerders. Het levert nieuwe banen op. Het lokt innovaties uit. Dit verlaagt de kosten. En het draagt bij aan de versterking van de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven.

 

Ambitie

In 2020 realisatie van 14 procent hernieuwbare energieopwekking en verdere stijging naar 16 procent in 2023. Dit te bereiken door:
  • opschaling naar 6.000 MW opgesteld vermogen wind op land in 2020;
  • 4.450 MW opgesteld vermogen wind
  • Maximaal 25 PJ bij- en meestook van duurzame biomassa;
  • Opwekking van 186PJ overig hernieuwbare energie.

 

Aanpak

Het gaat om een mix aan maatregelen. Die zijn gericht op robuuste wet- en regelgeving, adequate prijsprikkels, innovatie, kostenreductie en communicatie. Verschillende organisaties werken hier nauw samen. Wind op zee kent een sterk programmatische aanpak. Het ministerie van EZ bereidt alle stappen met stakeholders voor en implementeert ze op tijd. Bijvoorbeeld op het gebied van wetgeving, diverse onderzoeken, de inzet van de SDE+, de Innovatietender en het net op zee door TenneT. NLII en andere organisaties in de financiële sector volgen de ontwikkelingen. Zij constateren goede financierbaarheid. NLII volgt hoe pensioenfondsen en verzekeraars betrokken zijn.

 

Resultaten

Winderenergie op land

De Monitor Wind op land 2016 van de RVO geeft aan dat er een grote inspanning nodig is om het doel van 6.000 MW wind op land in 2020 te halen. In totaal is 6.600 MW aan projecten gerealiseerd of in voorbereiding. Provincies en gemeenten gaan extra hun best doen om alle projecten op tijd te realiseren.

De Evaluatie gedragscode door NWEA en de natuur- en milieuorganisaties is vorig jaar afgerond. Uit de evaluatie blijkt dat acht op de tien projectontwikkelaars omwonenden laten participeren in de totstandkoming van nieuwe windmolens. In vrijwel alle projecten voor windenergie kunnen mensen financieel participeren. Op die manier voelen burgers zich meer bij windprojecten betrokken.

 

Winderenergie op zee

Het meerjarig programma GROW had als ambitie dat de kosten voor wind op zee in 2020 7 ct/kWh zouden zijn. Met de laatste Borsseletender is dat doel nu al ruimschoots gehaald.Het programma gaat zich nu richten op verdergaande kostprijsreductie en op versterking van de exportpositie van Nederlandse bedrijven. Daarnaast kijkt men naar de rol van offshore windenergie in het totale energiesysteem en de rol van interconnectie en opslag.

Voor het industriecluster Rotterdam en Moerdijk is het actieplan energie van de gezamenlijke havens in Nederland gemaakt. Meer nieuwe bedrijvigheid rond wind op zee is daar een belangrijk onderdeel van.

 

Bij- en meestook van biomassa

Het ministerie van EZ heeft in de SDE+-regeling duurzaamheidscriteria opgenomen voor de bij- en meestook van biomassa.

De volledige 25 PJ die in het Energieakkoord als maximum voor bij- en meestook van duurzame biomassa is vastgelegd en via de SDE+ toegekend.

 

Overig hernieuwbaar

MonomestvergistingMet een tender onder de SDE+ wordt mestvergisting op boerderijen gestimuleerd. Foto: Shutterstoc

In 2017 is er een aparte tender onder de SDE+ geweest voor het stimuleren van monomestvergisting. De tender is succesvol afgerond en zal bij realiseren van de projecten een belangrijke bijdrage leveren aan de kostprijsreductie voor monomestvergisters op boerderijschaal.

In opvolging op de Green Deal Energie van de Unie van Waterschappen en het Rijk zijn de waterschappen druk bezig nieuwe duurzame energieprojecten te ontwikkelen en te realiseren.

 

Voortgangsrapportage

Benieuwd naar de volledige rapportage? Download de volledige rapportage