Lessen leren van Windenergie op Zee

22 januari 2018

De successtory van Windenergie op zee is een aanpak die kan helpen draagvlak voor klimaatbeleid te houden. Dit stelde Ron Wit op vrijdag 19 januari in zijn bijdrage voor de Sociaal-Economische Raad. Wit is directeur public affairs bij Eneco. Het commitment om klimaatverandering aan te pakken is groot. Vergooi dit niet, waarschuwt hij. Een goede aanpak is cruciaal. 

Volgens hem biedt de case van Windenergie op Zee veel aanknopingspunten voor klimaatbeleid in andere sectoren. Energie afkomstig van een windpark op zee kost nu 4 à 5 cent per kWh. Overheidssteun is niet meer nodig. “Minister Wiebes wil de uitstoot van broeikasgassen tot 2030 halveren: een torenhoge ambitie. Radicale oplossingen zijn dan onvermijdelijk”, zegt Wit. Met een aanpak zoals bij Windenergie op Zee kan volgens hem draagvlak, commitment en snelheid gerealiseerd worden. 

Succesfactoren

Het succes van de aanpak Windenergie op Zee is volgens Wit te danken aan een aantal factoren. Zo is een wenkend perspectief van belang: het gaat niet alleen om het klimaat. Maar ook om het bouwen aan de sector. Om het ontwikkelen van meer soorten dienstverlening, het creëren van banen en om innovatie. Er was sprake van een wederkerigheid tussen overheid en bedrijfsleven. Er werd gekozen voor een tenderaanpak voor de aanbesteding van de windparken. De overheid financierde de basis en het bedrijfsleven beloofde een kostenreductie van 40%. Die werd in de loop der jaren ook gerealiseerd.

Daarnaast is van belang dat de overheid een rol speelt als facilitator en risico’s wegneemt bij de sector. Zo heeft de overheid bij Windenergie op Zee bijvoorbeeld het elektriciteitsnet op zee aangelegd. Het beleid werd toegesneden op de sector. Brede steun van werkgevers, werknemers en Ngo’s is onontbeerlijk.

Enorme doorbraak

Windenergie op Zee was geen makkelijke case, vertelt Wit. “Bij de start waren er veel belangenconflicten. Het was een enorme doorbraak. Er was lef voor nodig.” Een dergelijke aanpak is volgens Wit ook mogelijk voor bijvoorbeeld aardwarmte, dat rond 2030 rendabel kan zijn.